Ook vandaag het plan de eerst mogelijke trein na 9:00 uur te nemen. Halverwege wandeling naar het station kom ik erachter dat ik mijn telefoon vergeten ben. Dan maar een kwartiertje later weg. Moet ik wel in Leiden overstappen, maar ala.

Als ik binnen kom wandelen ben ik door het geluid van mijn voetstappen al herkend door ma, die samen met de ergotherapeut bij pa zit. Die is gelijk afgeleid door mij. Dat kan. Ik doe mijn jas uit, begroet en omhels even snel mijn vader, en verlaat de kamer weer. Kunnen ze rustig verder oefenen. In de huiskamer posteer ik mezelf dusdanig dat ik net de kamer van mijn vader in de gaten kan houden. De ergotherapeut is best een tijdje met hem bezig. Goed zo! Uiteindelijk zie ik haar vertrekken, en wandel terug. Ma komt mij tegemoet, die komt mij halen. Pa is nog wat groggy van al dt oefenen, maar na verloop van tijd trekt hij weer bij. Ma vraagt of hij koffie wil. Dat mag, als het verdikt is. Als hij de rolstoel ziet staan lacht hij veelbetekenend. Daar wil hij wel in. Ma wil wachten tot er een zuster langskomt, ik druk gewoon op de rode knop om hulp. Heb ik van de week geleerd, mag best als je hulp nodig hebt. Niet te bescheiden zijn. Nu is het niet zo dat als je op die knop drukt alles losgelaten wordt en men naar de kamer komt snellen. Heeft er waarschijnlijk ook mee te maken dat men weet dat er iemand van ons bij is, en wij niet in paniek naar buiten rennen. Uiteindelijk komt de zuster langs. Die vraagt naar de wensen: in de stoel zitten en een kop verdikte koffie. Moet er iets in? Melk en suiker graag. Ze moet nog iemand aansluiten op een apparaat, maar gaat het dan regelen.

Ik ga vast naar de huiskamer. Beloof te proberen om de grote tafel te bemachtigen. Dat is nu nog niet gelukt, maar heb goede hoop dat de club spelletjes-spelers binnenkort stopt.

Gelukt! Tafel moet nog wel opgeruimd worden, maar dat wordt zo door de vrijwilligers die zojuist een clubje bejaarde dames vermaakt heeft geregeld. Ma komt binnen. Pa heeft zijn kopje verdikte koffie gekregen, maar het in de stoel tillen is nog niet gelukt. Ze wil naar huis. Okay, regel ik het verder wel, en loop met haar richting zijn kamer. Op dat moment zijn ze bezig met pa om hem in zijn rolstoel te hijsen. Ik vraag ma of ze er bij blijft, en ga weer terug naar de huiskamer. Ik denk dat ze wat meer dingen met pa geregeld hebben, want pas een kwartier later komt ma met pa naar binnen rollen. We zetten hem aan de grote tafel. Ma neemt afscheid en gaat naar huis. Pa heeft zijn NRC bij zich, en na wat geschuif en positioneren van hem en zijn krant begint hij te bladeren. En te lezen, zo te zien. Ik probeer wat te werken, en tussendoor dit stukje te tikken 😉

Marloes (verpleegster) komt naar ons toe lopen. Ze is verheugd mijn vader zo te zien. Ze staat aan de rechterkant van hem, en ik vertel dat die kant erg moeilijk voor hem is. Loopt ze even om om zich te melden. Marloes werkt nu ‘aan de andere kant’, oncologie, maar zag mijn vader zitten en wilde dat toch even bekijken. Dat had ze drie weken geleden toch niet verwacht. Nee, wij ook niet. Lief, die betrokkenheid.

Via de app lees ik dat Jaap vanmiddag even langs wil komen. Jaap is een oud-collega van mijn vader, waar ik in mijn tienertijd regelmatig langs kwam om met electronica te spelen en aan elkaar te solderen. En wat les van hem te krijgen. Ik vertel het gelijk aan pa. Hij herkent de naam. Vervolgens zeg ik dat ik niet weet of ik er dan ook nog ben, maar dat hij dan maar de groeten namens mij aan hem moet doen. Hoe hij dat regelt mag hij zelf weten. Weer die grijns.

In de huiskamer is het wat rumoerig, we gaan weer naar de eigen kamer. Ik pak een stoel en ga tegenover hem zitten. Waarschijnlijk verveelt pa zich een beetje. Begint aan zijn rolstoel te friemelen. Ik zeg dat hij aan het wiel moet draaien. Snel even van zijn rem halen. Met een beetje hulp komt hij in beweging. Pa kan maar aan één wiel draaien, en maakt daarom een bochtje. Al snel staat er dan een bed in de weg, en moet hij weer terug. Ook dat lukt hem. Eigenlijk is er geen hulp meer nodig. Ook als hij van rijrichting veranderd lukt dat zelfstandig, al is er dan wel meer kracht nodig om de zwenkwieltjes om te laten draaien. Zelf doen! Het lukt hem. Maar wel vermoeiend! Na een paar keer heen en weer gereden te zijn zitten we weer tegenover elkaar. Ik ruim wat op, als ineens een bekend gezicht binnen komt. Logopedie? Ja, dat klopt.

Of het gelegen komt om even wat te proberen met meneer. Ja, natuurlijk! Ik mag erbij blijven, maar ben bang dat ik teveel afleid, dus trek me terug. En meld in de app dat logopedie nu met pa bezig is. Of ik gelijk wil vragen of hij meer mag eten, welke oefeningen we zelf kunnen doen, alles! Euh, ik heb me even terug getrokken omdat ik de training op geen enkele manier wil belemmeren, sorry… Maar beloof zo het een en ander te vragen. Ik weet hoe ik pa achter gelaten heb: met zijn rechterzijde naar de deur toe. En de rechterzijde bestaat niet meer voor mijn vader. De deur kraakt ook niet meer, dusss… Heel voorzichtig sluip ik naar binnen en blijf bij de deur kijken. Logopediste is druk met hem aan de gang. Na een tijdje vraagt ze aan mijn vader of ze nog iets mag proberen. Ze wil kijken hoe het slikken gaat, en of hij een appelmoesje wil. Pa kijkt op zijn horloge, moet er een tijdje over nadenken, maar heeft dat zoiets van ja, doe maar. Nou, dan gaat ze dat even voor hem halen.

Ze is heel enthousiast over zijn voortgang ten opzichte van vorige week. Dat laat ze mij ook weten. Wat een verschil! Ze gaat een appelmoesje halen. Ik ga direct naar mijn pa, en vertel hem dat de logopediste zo verschrikkelijk tevreden is! Dat het veel en veel beter was dan vorige week. Dat ik daar blij om ben, en dat er dus echt vooruitgang in zit! Ook hij is daar blij mee. Het gaat langzaam, maar toch!

Het appelmoesje is er eentje met wat perzik erin. Of iets dergelijks. Pa bekijkt het bakje nauwkeurig, en de logopediste let goed op. En wat blijkt? Ze wil niet alleen weten of pa goed kan slikken, maar ook kijken of hij (min of meer) zelfstandig het bakje kan leeglepelen. Dat vergt erg veel van pa. In het begin is hij wat verward, want hij verwacht dat het naar binnen gelepeld zal worden. Niet dus! Hij doet zijn best. Maar het is erg lastig. Het concept lepel blijkt best lastig. Maar er wordt driftig geoefend. En dan ineens doet hij het een keer zelf. Niet helemaal netjes in de mond, maar toch. De beweging zat er in.

Na afloop vraag ik wat ze er van vond. Ze laat nogmaals weten echt heel tevreden te zijn. Ze gaat de verpleging vragen of hij wat vaker iets te eten kan krijgen, en dat hij dat dan ook zelf mag proberen naar binnen te lepelen. Wel onder toezicht natuurlijk. Dat vertelt ze ook aan mijn vader. Kunnen wij ook iets doen. Pa probeert af en toe te praten. Dat beaamd ze, en zegt dat we dat zeker mogen stimuleren en oefenen. Als we maar geen schoolmeester/juf gaan spelen. Hou het gezellig. Zonder context is het begrip nog lastig, maar als er een context is, wordt het al een stuk eenvoudiger voor mijn vader. Begroetingen bij binnenkomst, bijvoorbeeld. Dat zijn redelijk vaste rituelen, en dan is het begrip veel beter. Daar kunnen we gebruik van maken. Stimuleer een reactie bij iedere vraag, en prijs hem als het lukt. Zelf eten geven vertrouwd ze mij wel toe, omdat ik gezien heb hoe dat moet, maar durft daar over anderen niet over te beslissen. Nou, wij wel hoor.

Dorien komt binnen. Ik ben eigenlijk net klaar met het gesprek. Dorien vraagt of ik gevraagd heb wat ze te vragen hadden. Ja, dat heb ik.

Na de sessie met de logopediste is pa duidelijk vermoeid. Dorien vraagt of hij naar bed wil. Daar komt geen eenduidig antwoord uit. Of ik het wil proberen. Ik denk dat ik wel weet hoe de vork in de steel steekt. Hij zou best wel even in bed willen liggen, maar niet als hij daar in moet blijven. Dan blijft hij liever in zijn stoel zitten. We beloven hem plechtig dat hij er straks weer uit mag. En besluiten hem zelf in zijn bed te leggen. Dat hebben we nu vaak genoeg gezien hoe dat moet, en durven dat wel aan. En pa vindt het ook goed. En het blijkt eigenlijk niet zo ingewikkeld te zijn, als je weet wat je doet. Bovenlijf wordt weer wat overeind gezet. Kan hij goed rond blijven kijken. Na een tijdje merk ik dat zijn ogen heel zwaar worden. Als ik zijn rugleuning weer wat laat zakken klinkt er duidelijk protest! Dat wil hij niet! Zou hij iets van de logopedie meegekregen hebben? Ik weet het wel zeker. Zo mooi dit. Snel weer rechter-op gezet.

Het wordt weer tijd om naar huis te gaan. Ik neem afscheid en beloof een gespreksverslagje van mijn gesprek met de logopediste te maken. Doe ik straks even in de trein. In de trein ontdek ik dat ik mijn telefoonlader vergeten ben. Geen drama, wel even vragen het ding op te bergen. Verslagje ook gemaakt. Ik vond het al met al een mooie dag. En dat gevoel wordt ook door anderen gedeeld.